De evolutie van het Paard |
|
|
|
De vroegste voorouder |
|

Ongeveer vijftig miljoen jaar geleden leefde Eohippus die niet groter was dan een vos. De eerste fossiele resten van de eohippus zijn afkomstig uit het Eoceen en werden gevonden in Noord Amerika en Europa. Het kleine zoogdier had kussentjes aan zijn poten waarmee het zich gemakkelijk door zachte, natte bodem van de moerassige bossen kon bewegen. Aan zijn voorpoten had het vier tenen, aan zijn achterpoten drie tenen, die alle in een kleine nagel of hoef eindigden. Zijn gebit bestaande uit kleine scherpe tanden was geschikt om kleine zachte bladeren te eten. De vacht was qua kleur waarschijnlijk beige- bruin met vlekken of strepen om zich beter te kunnen verbergen voor vijanden. Dieren die in het bos leven zijn meestal goede springers, het is daarom ook mogelijk dat het moderne paard zijn natuurlijk springvermogen aan zijn “bosverleden” te danken heeft. |
|
Het klimaat verandert |
|

Gedurende het Mioceen (tussen 26 en 7 miljoen jaar geleden) ontstonden er grasvlakten over het gehele Amerikaanse en het Europese en Aziatische continent. De eohippus maakt plaats voor de Parahippus, een grotere planteneter met een langere hoofd en nek dan de Eohippus. Zijn tanden waren groter en ingebed in de kaak, voortdurend groeiden deze tanden door om de slijtage te compenseren die door het eten van de nieuwe, taaie grassoorten ontstond. Het dier had langere poten en minder tenen, zodat het zich op de grasvlakten beter en sneller uit de voeten kon maken voor roofdieren. |
|
De Pliohippus |
|

In het Plioceen (tussen 7 en 3 miljoen jaar geleden) verscheen de eerste eenhoevige voorouder van de Equus (het moderne paard) de Pliohippus. Voet en been waren zo veranderd dat het dier liep op wat bij ons het topje van de middelvinger zou zijn. Het been wordt nu ondersteund door een veringsysteem van pezen en banden.
Een miljoen jaar geleden heeft zich de Equus waartoe ook Ezel en Zebra behoren gemanifesteerd dus 500.000 jaar voor de specie Mens. |
|
Primitieve typen (Equus caballus sylvatcus) |
|

Aan het eind van de laatste ijstijd ongeveer 10.000 jaar geleden bestonden er 3 typen paarden in Eurazië. Dit is tenminste de meest gangbare theorie. |
- Woudpaard (Equus caballus sylvaticus)
Dit type paard was misschien de voorouder van het hedendaagse koudbloedige trekpaard. De vacht was dik en grof, net als zijn manen, maantop en staart. Het was zwaar gebouwd en had brede, platte hoeven, waardoor het goed aangepast was aan zijn moerassige omgeving. Misschien was het qua karakter net zo flegmatiek als het hedendaagse trekpaard. |
- Het Aziatische paard (Equus caballus Przewalskii Poliakar) komt tegenwoordig nog voor in dierentuinen, safariparken en zorgvuldig geselecteerde natuurgebieden in oostelijk Azië. Het paard wordt naar zijn Poolse ontdekkingsreiziger Przewalski genoemd, hij ontdekte 1879 dit ras in Mongolië. Het Aziatische paard wordt algemeen als voorouder van vele moderne rassen beschouwd, het heeft 33 paar chromosomen terwijl het moderne paard 32 paar chromosomen heft. De schofthoogte bedraagt 130 cm en heeft een zandkleurige vacht, zwarte manen en een zwarte staart.
|
- De Tarpan ( Equus caballus gmelini Antonius) was van lichte bouw en hoge snelheid was het dier goed aangepast aan het leven op de grasvlakten van oost Europa en op de Zuid Russische steppen. Het was een gehard, uiterst sterk en agressief paard. Men gelooft dat veel van onze huidige pony en lichte paardenrassen deels van de tarpan afstammen.
|
|
De vier basistypen |
|
Nadat het paard zo’n 5000-6000 jaar geleden voor het eerst gedomesticeerd werd, zijn uit de 3 primitieve typen 4 basistypen ontstaan: er bestonden twee paardachtige ponytypen en twee zuidelijke paardtypen in Eurazië. Ze worden gewoonlijk ponytype 1, ponytype 2, paardtype 3, paardtype 4 genoemd. |
|
|
|
Ponytype 1
|
|
Naam: |
Keltische of hoogvlakte pony |

|
|
Levensruim: |
Noordwest Europa |
|
Lichaam: |
gedrongen taai gehard klein dier 130cm hoog goed bestand tegen koud nat en winderig weer |
|
Vacht: |
bruin tot muisgrijs onder de ogen, mond en buik wit gespikkeld benen, maan en staart zwart |
|
Afstammende rassen: |
Exmoor pony, IJslandse paard |
|
|
|
Ponytype 2 |
|
Naam: |
|

|
|
Levensruim: |
Europa en Azië |
|
Lichaam: |
het zou sterk op de Przewalskii paard geleken hebben |
|
Vacht: |
|
|
Afstammende rassen: |
Fjord, highlandpony zijn het meest aan dit type verwant |
|
|
|
Paardtype3 |
|
Naam: |
Woestijn- of Steppenpaard |

|
|
Levensruim: |
Centraal-Azië en Midden- en West-Europa |
|
Lichaam: |
Ovaal lichaam, lange hals, 150 cm schofthoogte een lang hoofd en lange benen |
|
Vacht: |
fijn, dunne huid deze was goed tegen de warmte , het is aan te nemen dat ook wat Przewalskii bloed in zit gezien zijn leefgebied |
|
Afstammende rassen: |
Toerkmeense paard hedendaagse akhal teke een aanzienlijke hoeveelheid van dit bloed hebben berber, Iberische paarden, draver rassen en zelfs de levendiger trekpaarden een aanzienlijke hoeveelheid |
|
|
|
Paardtype4 |
|
Naam: |
woestijnpaard |

|
|
Levensruim: |
woestijn in Azië |
|
Lichaam: |
kort gedrongen lichaam kleine enigszins concaaf hoofd gewelfd voorhoofd, lange harde benen 120 cm schofthoogte staart hoog gedragen |
|
Vacht: |
fijn zoals de staart, dunne huid, dit type zou sterk beïnvloed zijn door de tarpan |
|
Afstammende rassen: |
Arabier en misschien het moderne Kaspische pony
|
| door Martina Wilke |